Website familie Kempe

Publicatiedatum

Website van de familie Kempe in Opperdoes.

Met wetenswaardigheden uit Opperdoes en omgeving op elk gebied.

Contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Hidde Kempe

 

Opperdoes orthodoxe enclave in Noord-Holland

  

Ooit stond Opperdoes bekend als een rechtzinnige enclave in donker Noord-Holland. Nog steeds is het dorp overwegend orthodox-christelijk, al klinkt op zondag meer dan voorheen het geluid van de grasmaaier. Opperdoes, plek van eerappele en vaarboerderijen, krimpt niet, tegen de landelijke trend in.

Een frisse voorjaarsdag in Opperdoes, stevige wind in het vlakke West-Friesland, uit grillige wolkenformaties vallen flarden regen. Plastic dat pas gepote aardappelplanten moet beschermen tegen kou en late vorst, blikkert fel op de akkers: lang en breed, in rechte stroken. Hier en daar windmolens aan de horizon.

Thijs Kee zit in zijn schuur, waar in witte letters ”De melksloot” op staat. De schuifdeur is open en biedt zicht op een kraam met groenten en bloemen die hij aan huis verkoopt. Hij weet, als voormalig bestuurslid van de Coöperatieve Pootaardappelteeltvereniging, alles van de opperdoezer ronde, een aardappel die zijn naam ontleent aan Opperdoes. De zavelgrond (klei met 60 tot 80 procent zand) rond het dorp is de enige plek ter wereld waar de opperdoezer ronde geteeld kan en mag worden. „Het is een van de merkwaardigste aardappelen die je kunt bedenken, hoekig en eentje met diepe ogen. Maar met een smaak waar je u tegen zegt. De Duitsers willen niet anders dan onze opperdoezer. Want die schmeckt so gut.”

Geen opvolgers De opperdoezer ronde verlangt humusarme grond en behoeft weinig kunstmest. Jaarlijks produceren 34 telers circa 4 miljoen kilo opperdoezer ronden op 160 hectare. Ze hebben er goud mee verdiend, net als met kool en uien. Maar de kool en de uien verhuisden naar de Flevopolder, terwijl de aardappel bleef, hoewel er zorgen zijn. „De regelgeving nekt ons, de zaak vergrijst en we hebben geen opvolgers meer”, vertelt Kee (73).

Het aantal tuinders dat zich bezighoudt met de aardappelteelt, daalde de laatste jaren van 63 naar 34. Kee voorziet dat uiteindelijk een paar grote telers overleven. Daarmee dreigt iets ambachtelijks dat bij het dorp hoort, verloren te gaan.

Jarenlang werd de jeugd volop bij de aardappeloogst betrokken, waarmee een aardige zakcent werd verdiend. „Nu vieren de jongelui liever vakantie. Je kunt je ze haast niet meer krijgen voor het rooien”, moppert Kee. Oost-Europese seizoensarbeiders zijn daarom in Opperdoes geen onbekend verschijnsel.

Klein-Giethoorn Tot 1979 was Opperdoes een zelfstandige gemeente met een eigen burgemeester. Na veel tegenstand legde het dorp het hoofd in de schoot en ging het op in de gemeente Noorder-Koggenland. Zonder noemenswaardig protest ging het eeuwenoude ”Does” in 2007 mee in de samensmelting van Noorder-Koggenland met Wognum en Medemblik tot één gemeente, Medemblik, die na een nieuwe fusie 19 kernen en 45.000 inwoners telt.

In de regio onderscheidt Opperdoes zich als het enige komdorp. Het wordt wel Klein-Giethoorn genoemd vanwege de karakteristieke bruggetjes over de brede sloten naar de huizen en boerderijen, waaronder 42 ”stolpen”. De punters heten er schuiten, Opperdoes heeft vaarboerderijen die met de dorsdeuren naar het water liggen.

Het dorp telt 1935 inwoners. „Onze jongeren zijn honkvast”, signaleert Jan Smit, voormalig koster van de hervormde kerk. Ook burgemeester Frank Streng van de gemeente Medemblik neemt het woord krimp niet in de mond. „De jeugd trekt er niet weg, integendeel. Men blijft er wonen, en komt er zelfs voor terug”, stelt de burgervader, die met zijn bestuurlijk apparaat in de voormalige DSB-bank in Wognum huist, op 11 kilometer afstand van Opperdoes.

Voorzieningen In principe zijn alle voorzieningen in Opperdoes aanwezig: een verzorgingstehuis met aanleunwoningen, voorheen christelijk, nu algemeen, maar waar de identiteit van de christenen wordt gerespecteerd, zegt Marijke Smit, die in de cliëntenraad zit.

„Voor onze dagelijkse boodschappen hebben we de Spar”, vervolgt haar echtgenoot, Jan Smit. De recente verbouwing van de supermarkt blijkt het onderwerp van gesprek in het dorp. Opperdoes beschikt niet over hotels of restaurants. Voor een versnapering kan de reiziger terecht in de Opper, de snackbar op de Gouw tegenover de hervormde kerk, die, uniek, een haan op de toren heeft en een kip op het dak.

Er is een museale stoomtreinverbinding, een busverbinding, een bijenmuseum, een dorpshuis en een kapper. Het verenigingsleven bruist en de dorpsraad kanaliseert de communicatie tussen dorp en gemeentebestuur over hete en minder hete hangijzers. „Een onontbeerlijke gesprekspartner van de gemeente”, merkt Streng op. „Voor alle lokale gelegenheden en gevoelens die daarover leven, zijn wij op de dorpsraad aangewezen.” Jan van Eig, voorzitter van de dorpsraad, vertelt dat er mag worden gebouwd in Opperdoes. „Jonge mensen kunnen hier blijven wonen. Het is rustig, ruim en vrij.”

Profeet van Opperdoes Opperdoes valt vooral op als orthodox-christelijk dorp: er zijn drie kerken: de protestantse gemeente (PKN, sinds 2011 gaan hervormd en gereformeerd samen), de christelijke gereformeerde kerk (sinds 1912) en de gereformeerde gemeente, die een streekfunctie vervult. De hervormde kerk is dicht en wordt alleen voor speciale gelegenheden geopend.

Heel vroeger waren de Opperdoezers vrijgevochten lieden, die wel Turken werden genoemd. Het lag geïsoleerd, pas in 1900 kwam een weg naar Twisk. Begin zestiende eeuw was er ene Petrus Eedijs, die heimelijk in Does verkondigde dat „missen, vespers en sacramenten geen enkel nut tot zaligheid bezitten.”

Maar de ”profeet van Opperdoes”, Jan Mazereeuw (1779-1885), liet pas echt van zich spreken. Deze landbouwer riep dorpelingen op zich te bekeren. Hij was streng in de leer en verafschuwde uiterlijk vertoon. Zelfs de koperen gewichten van de Zaanse klokken moesten zwart geverfd worden. Wegens zijn begaafdheid werd hij in 1811 benoemd tot maire (burgemeester).

Hoewel zijn volgelingen niet talrijk waren, zette Mazereeuw een stempel op het dorp en kreeg Opperdoes het signatuur van christelijk dorp. Het kreeg de naam van een rechtzinnige enclave in donker Noord-Holland. Er zijn weinig rooms-katholieken, er is een enkele moslim en de bevolking is overwegend protestants-christelijk.

De invloed van Mazereeuw is nog altijd merkbaar, veronderstelt ds. H. K. Sok van de christelijke gereformeerde kerk. „Opperdoes is in zijn aard behoudend. Het gros van de mensen houdt niet van veranderingen.” De cgk telt bijna 400 leden: trouwe en meelevende kerkgangers, aldus ds. Sok, die dat in deze tijd van kerkverlating als een weldaad ervaart.

Er is een algemeen christelijke school, De Wegwijzer, waar nagenoeg iedereen z’n kinderen heen stuurt. Voor de openbare school zijn de dorpelingen aangewezen op Twisk en Medemblik.

Grasmaaier Natuurlijk krijgt Opperdoes aanwas van buitenaf, en die past zich meestal wel aan, constateert Tiny Morsink, penningmeester van de Stichting Historisch Opperdoes (SHO). Men houdt rekening met de mores van het dorp, zij het anders dan vroeger. Marijke Smit, secretaris van SHO, knikt. Zij is geen Opperdoezer van huis uit, maar ze woont er al jaren. Zij zal op zondag het gras niet maaien; sommige nieuwkomers doen dat wel.

Bij een dorp hoort sociale controle. En die is er, stelt Jan Smit vast. „Het wordt minder, anders”, meent Tiny. Ds. Sok, sinds anderhalf jaar in Opperdoes, onderkent het „dorpse”, maar vindt dat niet erg. Veel mensen zijn familie van elkaar, ook in de kerk, en dat vereist behoedzaam opereren. Toen hij een paar weken geleden zijn tuin een facelift gaf, stopten de mensen op straat en brachten ze onomwonden hun mening te berde. „Daar moet je ontspannen mee omgaan. Op het moment dat iemand zei niet van veranderingen te houden, stelde ik hem gerust: het wordt een rechtlijnige tuin.”

De mensen zijn hier nuchter, direct, eerlijk, vriendelijk in de omgang, meelevend, vervolgt de predikant. „Het zijn noeste werkers met een hoog arbeidsethos. Heerlijk, die activiteiten op de akkers rond Opperdoes.”

Wat burgemeester Streng opvalt, is dat de inwoners zich met hart en ziel inzetten voor vrijwilligerswerk. „Wat ze doen, doen ze met overgave.”

Thuis Hoe ziet Opperdoes er in 2050 uit? Een lastige vraag voor het drietal in het verenigingsgebouw van de SHO, ’t Oûwe Jeugdgebouw – Jan en Marijke Smit en Tiny Morsink. „De ontkerkelijking gaat door; ik verwacht niet dat de protestantse gemeente dan nog zelfstandig is. Er zal meer samenwerking zijn met andere plaatsen. Ook de andere kerken zullen de gevolgen van de secularisatie merken”, betoogt Jan Smit. Morsink voorspelt dat Opperdoes aan Medemblik is vastgegroeid.

In Opperdoes is het goed wonen, stelde burgemeester Streng eerder vast. „De eigenheid geeft kracht aan de samenleving. Ik hoop dat het dorp erin slaagt het voorzieningenniveau vast te houden, zodat iedereen er oud kan worden.”

Dat klinkt als muziek in de oren van de 21-jarige Evelien Ploeg. „Opperdoes is thuis voor mij. Ik ken de mensen en ik hou ervan. Ik wil het liefst hier blijven.”

Eerappele voor de koningin Opperdoes heeft een eigen vlag, eigen lied en een eigen dialect, een variant op het West-Fries. „Ze hewwe in dat durp gien tuintje maar een teûntje is het deer”, dicht Klaas Zwier in ”Wie skroift die bloift”. Er zijn verkleinwoorden als boomke, kalfke en zalfke. Van de dokter krijg je een pel en je ”zaait” je ”eerappele”. Er zijn in Opperdoes mensen die in het Opperdoezer dialect schrijven en dichten.

In 1980 bezocht koningin Beatrix het Oranjegezinde Opperdoes. Inwoner Piet Stam van 77 jaar mocht haar in Verzorgingshuis Almere toespreken. Toen hij zijn rede aan het oefenen was, bleek die langer te duren dan de bedoeling was, ontdekte men. Na een indringend gesprek beloofde Stam, die als ouderling in zijn gemeente veel preken had voorgelezen, zijn toespraak te bekorten. Als beloning mocht hij de koningin een ”kissie opperdoezer ronde” aanbieden. Nadat hij woorden van dank had uitgesproken voor wat het „roik deid voor de ouwere mense” vergat hij het kistje te geven. Nadat de voorzitter hem had aangestoten, bedacht hij zich geen moment, liep achter de vorstin aan, tikte haar tegen alle regels in op haar rug en zei: „Nou hew ’k hillegaar de eerappele vergeten!”